Box 1: Inkomen uit werk en woning
Box 1 belast je winst uit onderneming en eventuele inkomsten uit je eigen woning. Je betaalt belasting in schijven waardoor het tarief stijgt bij hogere inkomens. Je verlaagt je belastbaar inkomen met aftrekposten zoals ondernemersaftrekken of hypotheekrente. Het bedrag dat dan overblijft vormt de basis voor de schijven. Hierdoor sluit de belasting aan op je werkelijke inkomen in plaats van op je omzet. In 2026 zijn er drie schijven die samen bepalen hoeveel belasting je betaalt.
Tarieven 2026
Deze box 1-tarieven gelden als je in 2026 de AOW-leeftijd nog niet hebt bereikt. Bereik je die leeftijd in 2026 of eerder, raadpleeg dan de bijbehorende AOW-tarieven.
| Schijf | Belastbaar inkomen uit werk en woning | Tarief |
|---|---|---|
| 1 | Tot en met €38.883 | 35,75% |
| 2 | Meer dan €38.883 tot en met €78.426 | 37,56% |
| 3 | Meer dan €78.426 | 49,50% |
Bron: Belastingdienst: schijven en tarieven. Alleen het inkomen binnen een hogere schijf wordt tegen dat hogere tarief belast.
Tarieven 2025
Voor wie in 2025 de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt, geldt een eerste schijf tot en met €38.441 met een tarief van 35,82%. De tweede schijf loopt van €38.442 tot €76.817 met een tarief van 37,48%. De derde schijf geldt vanaf €76.818 en heeft een tarief van 49,50%. De eerste schijf bevat ook de premies voor volksverzekeringen waardoor dit percentage hoger ligt dan het tarief van alleen inkomstenbelasting. Je betaalt pas het toptarief voor het deel van je inkomen dat boven de grens van de derde schijf uitkomt.
| Schijf | Belastbaar inkomen | Tarief |
|---|---|---|
| Schijf 1 | tot en met €38.441 | 35,82% |
| Schijf 2 | €38.442 tot €76.817 | 37,48% |
| Schijf 3 | vanaf €76.818 | 49,50% |
Hoe werkt het belastingstelsel?
Het belastingstelsel werkt met drie boxen die ieder een eigen soort inkomen belasten. Box 1 gaat over werk en woning en omvat je winst uit onderneming. In box 2 gaat het over inkomen uit een aanmerkelijk belang zoals aandelen in een eigen bv. Box 3 kijkt naar sparen en beleggen en belast je vermogen. Je berekent per box afzonderlijk de belasting en telt deze bij elkaar op. Daarna worden heffingskortingen in mindering gebracht zodat je minder hoeft te betalen. Hierdoor werkt het stelsel voor iedereen op dezelfde manier ongeacht de bron van het inkomen.
Voorbeeldberekening
Fictief voorbeeld: je belastbare box 1-inkomen is €50.000 in 2026 en je hebt de AOW-leeftijd nog niet bereikt. Dit is geen berekening vanaf €50.000 omzet.
- Eerste schijf: €38.883 × 35,75% = €13.900,67.
- Tweede schijf: €11.117 × 37,56% = €4.175,55.
- Samen: €18.076,22 vóór heffingskortingen en afronding van de aanslag.
Heffingskortingen en een eventuele afzonderlijke Zvw-bijdrage bepalen mede wat je uiteindelijk betaalt. Wil je van omzet en kosten naar je uiteindelijke zzp-belasting? Lees inkomstenbelasting voor zzp’ers.
Heffingskortingen
Welke heffingskortingen je krijgt en hoe hoog ze zijn, hangt af van je inkomen en persoonlijke situatie. De algemene heffingskorting kan op nul uitkomen. Voor arbeidskorting en algemene heffingskorting worden niet altijd dezelfde inkomensgrondslagen gebruikt. Controleer de voorwaarden en berekeningen voor 2026.
Verschil tussen loonbelasting en inkomstenbelasting
Loonbelasting is een voorheffing op de inkomstenbelasting. Een werkgever houdt loonheffing in; bij de aangifte wordt die verrekend met de berekende belasting. Heb je naast je onderneming loon, dan kun je dus beide hebben. Voor je onderneming kun je via een voorlopige aanslag vooruitbetalen. De aangifte bepaalt de uiteindelijke afrekening.
Box 2: Aanmerkelijk belang
Box 2 gaat over inkomen uit aanmerkelijk belang, bijvoorbeeld dividend of verkoopwinst bij een belang van ten minste 5% in een vennootschap. Je hoeft niet zelf voor die vennootschap te werken. Voor de eigen ondernemingswinst van een eenmanszaak geldt geen box 2-heffing.
| Schijf | Belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang | Tarief |
|---|---|---|
| Schijf 1 | Tot en met €68.843 | 24,5% |
| Schijf 2 | Boven €68.843 | 31% |
Tarieven
Het tarief in box 2 kent twee schijven. Over het deel tot €68.843 betaal je 24,50%. Over het meerdere betaal je 31%. De verdeling zorgt ervoor dat kleinere dividenduitkeringen lager worden belast terwijl hogere uitkeringen zwaarder worden belast. De tarieven blijven in 2026 gelijk.
Box 3: Sparen en beleggen
Box 3 betreft het rendement op sparen en beleggen. Het heffingsvrije vermogen in de forfaitaire berekening voor 2026 is €59.357 per persoon, of €118.714 met een fiscale partner.
Percentages voor de voorlopige aanslag 2026:
| Onderdeel | Percentage |
|---|---|
| Banktegoeden | 1,28% (voorlopig) |
| Beleggingen en overige bezittingen | 6,00% |
| Schulden | 2,70% (voorlopig) |
| Belasting over berekend box 3-inkomen | 36% |
Lees de officiële berekening voor 2026. De bank- en schuldpercentages worden later definitief vastgesteld.
Tarieven
Is je werkelijke rendement lager dan het forfaitaire rendement, dan kun je dat doorgeven volgens de tegenbewijsregeling. Bewaar daarvoor je rendementsgegevens. De voorlopige aanslag rekent nog met forfaits; werkelijk rendement wordt na afloop van het jaar beoordeeld. Lees wat de Belastingdienst verstaat onder werkelijk rendement.



